Column nieuw CSR-raadslid Theo Henrar

We mogen niet achteroverleunen

Cyberaanvallen zijn aan de orde van de dag. De nog steeds voortdurende coronapandemie heeft er bovendien voor gezorgd dat het aantal in rap tempo steeds verder toeneemt. Het dwingt bedrijven een digitale inhaalslag te maken om het werken op afstand mogelijk te maken. Daarmee zijn we steeds meer digitaal afhankelijker geworden. Tegelijkertijd wordt Nederland geconfronteerd met nieuwe dreigingen, een toename van cybercrime en neemt het aantal incidenten toe. Zo is het aantal cyberaanvallen in het afgelopen jaar opnieuw enorm gestegen. Het meest recente voorval vond plaats bij de VDL Groep die werd geraakt door gijzelsoftware. Hierdoor kwam een groot deel van de productie stil te liggen. Ditzelfde overkwam vorig jaar ook de Mandemakers Groep (DMG). Daarnaast herinneren we ons allemaal nog de beruchte ‘kaashack’ van een grote supermarktketen waarbij de hack voor lege kaasschappen in de supermarkt heeft gezorgd.

Theo Henrar, Voorzitter van FME en lid van de CSR namens FME (Foto: Arenda Oomen)

Naast een toename van het aantal cyberaanvallen, stijgt ook het schadebedrag steeds verder. De totale schade van cybercrime is ontzettend moeilijk zichtbaar te maken. Dit komt omdat er sprake is van zowel directe als indirecte schade. Daarnaast doen ook niet alle bedrijven aangifte wanneer zij slachtoffer zijn geworden van cybercriminelen. Jaarverslagen van Europol laten echter zien dat cybercrime en cyber enabled crime in sommige landen al veel groter is dan traditionele vormen van criminaliteit. Dit geeft naar mijn idee wel een goed beeld van de toenemende omvang.

"Ondanks alle goede stappen die we zetten, is onze cyberweerbaarheid nog niet overal voldoende op orde en dat maakt ons kwetsbaar."

Niet achteroverleunen

Tot op heden hebben cyberaanvallen in ons land nog geen grootse gevolgen gehad. Er wordt dan ook door zowel publieke als private partijen hard gewerkt en geïnvesteerd in een cyberweerbare samenleving. Ondanks alle goede stappen die we zetten, is onze cyberweerbaarheid nog niet overal voldoende op orde en dat maakt ons kwetsbaar. We kunnen en mogen daarom niet achteroverleunen, want wat gebeurt er als alle ziekenhuizen in Nederland bijvoorbeeld gelijktijdig aangevallen worden? Of wat gebeurt er als alle systemen voor ons waternet gehackt worden of wat te denken van onze verkeerssystemen of het betalingsverkeer? Het zijn scenario’s die kunnen leiden tot een nationale ramp. Om ook in de toekomst een open, vrije en welvarende (digitale) samenleving te zijn, moeten er snel grotere stappen gezet worden. De Cyber Security Raad (CSR) heeft hierover een mooi advies uitgebracht en ik hoop van harte dat het nieuwe kabinet hier gevolg aan gaat geven.

Delen is het nieuwe hebben

Als nieuw lid van de CSR namens FME onderschrijf ik het advies dat de raad heeft uitgebracht. Een aantal punten wil ik daarbij specifiek aanhalen. Vanuit FME is ons credo ‘delen is het nieuwe hebben’. Ik vind het van groot belang dat informatie over cyberdreigingen voor alle bedrijven en organisaties beschikbaar is, vitaal en niet-vitaal, met extra aandacht voor het midden- en kleinbedrijf. Gelukkig is er een wetswijziging in de maak dat ervoor gaat zorgen dat we het landelijk dekkend stelsel ook echt dekkend kunnen gaan maken. Maar daarvoor hebben we elkaar nodig. Alleen door samenwerking en informatiedeling kunnen we met elkaar de cyberweerbaarheid van Nederland versterken. Cyberoefeningen zijn daarbij ook van groot belang en daar leveren we vanuit FME een belangrijke bijdrage aan. Zo heeft FME vorig jaar samen met het ministerie van Defensie ook een cyberoefening georganiseerd, die door de deelnemers als zeer waardevol is ervaren. Naast alle kennis en ervaring over wat wel en vooral niet te doen bij een cyberaanval, dragen dergelijke oefeningen ook bij aan het vergroten van onderling vertrouwen en kennis over cybersecurity.

Vooral die kennis hebben we in Nederland heel hard nodig, want het toenemende tekort aan cybersecurityspecialisten is een prangend probleem. Zo vertrekt steeds meer wetenschappelijk en maatschappelijk Nederlands cybertalent naar het buitenland, omdat daar simpel weg meer geld beschikbaar is voor onderzoek, onderwijs en innovatie. Dit komt het huidige tekort aan voldoende gekwalificeerde specialisten in het cybersecuritydomein niet ten goede. Deze huidige academische braindrain moeten we daarom echt een halt toegeroepen.